Bourtange is een vestingdorp in de venen van Oostgroningen. De eerste joden vestigden zich er rond 1740. Hun voornaamste bronnen van bestaan waren veehandel, de verkoop van vlees en de handel in ongeregelde goederen.
In de tweede helft van de 18e eeuw nam het aantal joden geleidelijk aan toe. Dit zeer tot ongenoegen van sommige christelijke bewoners van het dorp.
In 1813 vormde het dorp samen met de plaatsen Vlagtwedde, Sellingen en Roswinkel de Joodse Gemeente Bourtange. In de drie dorpen samen woonden toen 40 joden, waarvan 21 in Bourtange. Vanaf het jaar 1821 maakte Bourtange als zogenaamde Bijkerk deel uit van de Joodse Gemeente Pekela.
In 1877 wordt Bourtange een zelfstandige Jooodse Gemeente bestaande uit de dorpen Bourtange, Sellingen, Vlagtwedde, Wedde en Vriescheloo. Na een eerdere poging in 1866 scheidt Vlagtwedde zich in 1895 af en wordt een zelfstandige Joodse Gemeente. In Bourtange woonden toen nog slechts zeven joodse gezinnen.
Het bestuur van de gemeente werd in het midden van de 19e eeuw gekenmerkt door een voortdurende ruzie tussen de leden. Pas de benoeming van Jacob Frank als bestuurder bracht enige rust.